| Home |
Preken |
Contact:Jan C. Bos E jancbos@kpnmail.nl |
|||
| |
|||||
| Zondag 20 september 2026 Is jouw oog boos omdat ik goed ben? Matteüs 20, 1-16 Oude Kerk Heemstede “Is jouw oog boos omdat ik goed ben?” In Jezus’ gelijkenis over de werkers van het elfde uur vraagt de landheer dit aan een van de werkers van het eerste uur. “Ben je jaloers”, staat er nu in onze vertaling. Maar ik hou het voor nu even op die mij nog vertrouwde traditionele letterlijke vertaling: Is jouw oog boos? Je kunt kijken met een boos oog. Dat kan. Het gebeurt voor je het weet. Vrijwel iedereen die de gelijkenis van de werkers in de wijngaard leest, kan zich op het eerste gehoor verplaatsen in de verontwaardiging van de eerste werkers. Laatste werkers hebben een uurtje gewerkt. Krijgen een vol dagloon mee naar huis. Eerste werkers hebben twaalf uur gezweet. Mogen toch zeker wel rekenen op hetzelfde uurloon als de laatste werkers. Hun wordt tekort gedaan. Zij krijgen veel minder geld voor een uur werk dan die laatsten. Daar wil ik mijn vakbond nog wel eens over horen. Ben jij boos? Ja, ik ben boos. Waarom ben je boos? Omdat ik het niet eerlijk vind. Ik vind het niet eerlijk dat ik die de hele dag in de wijngaard hebt gewerkt niet meer krijg dan hij daar die maar een uurtje heeft gewerkt. Ik voel mij tekort gedaan. Ik voel mij miskend. Dat gevoel van miskenning, van onrecht en tekort is wijdverbreid in onze samenleving. Zij daar worden voorgetrokken en ik wordt benadeeld. Ooit zij onze vorige premier: De mensen ervaren een asielcrisis. Het boze oog ziet dat het zo is. Daar is geen speld tussen te krijgen. Het boze oog ziet geen dromen en verlangens. Het boze oog ziet wel haarscherp de overlast en het ongemak. Het boze oog ziet getob en geploeter in Den Haag, ziet gemillimeter op de vierkante centimeter. Ze maken er een puinhoop van. Het moet niet gekker worden. Het boze oog wordt rijkelijk gevoed door sociale media die uitvergroten wat anderen fout doen. Radicaalrechtse politici maken gehaaid misbruik van dat boze oog. Je hebt groot gelijk, zeggen ze tegen het boze oog. Je hebt groot gelijk en wij zetten desnoods wetten en regels aan de kant om er voor zorgen dat jij je gelijk krijgt, dat jij aan je trekken komt. Het boze oog leeft zich niet in. Het kijkt onbarmhartig toe. En zomaar, zomaar heb ook jij last van dat boze oog. Ik ook. Hoe kom je er vanaf? Kan dat nog? Om van dat boze oog af te komen houdt de gelijkenis ons een spiegel voor. Jij krijgt niet minder. Je krijgt je afgesproken loon. Je krijgt wat je nodig hebt om te leven. En die ander die om wat voor reden dan ook niet eerder aan de bak kwam, krijgt het ook. De landheer in de gelijkenis is God. In zijn goedheid roept Hij jou en mij in de wijngaard. En hij roept anderen ook. Is jou oog boos omdat ik goed ben? Maar realiseer je dan dat die goedheid van God allereerst jou zelf betreft. De wijngaard is het leven zelf voor Gods aangezicht. Jij wordt geroepen om te leven, te werken, recht te doen en goed te zijn. Jij wordt geroepen om te leven in het rijk van God waarin het leven gaat zoals God het bedoelt. Die roeping zelf is al een genadegave. De Eeuwige ziet jou staan. Hij wil jou. Hij roept je. Hij geeft je zin en samenhang. Hij neemt je in zijn dienst. Ben je vroeg geroepen? Dan heb je geluk gehad. Meer geluk dan anderen.. Ooit was er een man, jong nog, die niets liever wilde dan dat. Meester, wat moet ik doen om eeuwig leven te beërven, vroeg hij. Laat los wat je bezwaart, antwoordt Jezus. Petrus kon dat. En als Petrus in het Evangelie iets zegt of doet moeten wij opletten want Petrus vertegenwoordigt de leerlingengemeenschap. Als Petrus aan het woord is, zijn wij aan het woord. Petrus kon wat de rijke, jonge man niet kon. Heer, wij hebben alles losgelaten en zijn u gevolgd, zegt hij tegen Jezus. Wat levert ons dat op? Alles levert je dat op, zegt Jezus. Verbondenheid, vriendschap, zusterschap, broederschap. Een honderdvoudige rijkdom in God levert het je op. Eeuwig leven, levert het je op. Leven met de Eeuwige, verbondenheid met God tot over de grenzen van je aardse bestaan. Dat is jouw beloning. Dat is geen beloning in de aardse zin van het woord. Dat is geen beloning waar je recht op hebt zoals een bonus en een eindejaarsuitkering. In de gelijkenis is sprake van een denarie. Dat is een dagloon, dat is het brood dat wij nodig hebben uit het Onze Vader, dat is het brood dat in vriendschap wordt gedeeld, brood voor het hart en de balsem voor de ziel. De beloning is met de roeping gegeven. Het werk in de wijngaard zelf is al beloning. De verbondenheid met God en met elkaar wordt je om niet gegeven. Jij staat op de markt. Jij wordt gezien, geroepen, begenadigd. Is jouw oog boos omdat ik goed ben? Waar komt onze boosheid vandaan? Is het omdat we het niet hebben kunnen dat anderen begenadigd worden? Of is het omdat we niet hebben kunnen dat we zelf begenadigd worden en liever te maken hebben met loon naar werken en opgebouwde rechten. Bij een genadige God kunnen we geen rechten laten gelden. Is jouw oog boos omdat ik goed ben. Dat is een lastige vraag. Het confronteert ons met wat diep in ons zelf leeft aan ergernis die van goedheid niet weten wil. En tegelijk is het een heilzame vraag. Jij, eerste werker bent niet anders dan de laatste werker. Jullie beiden zijn met elkaar verbonden door de genade van God. En dat is de grond voor een fundamentele solidariteit. De gelijkenis van de werkers van het elfde uur laat zich niet een op een vertalen naar een rechtvaardige loonpolitiek in onze dagen die weer bol staan van koopkrachtplaatjes en vermeende onrechtvaardigheden. Maar wel gaat er een geweldige impuls van uit die ons denken vandaag heilzaam kan beïnvloeden. Voor God heeft niemand van ons een streepje voor en kunnen we alleen samen van zijn genade leven. Dat relativeert ons eigen recht, ons eigen ras en onze eigen positie en opent onze ogen voor wat wij samen delen: We zijn mensen. Stof uit de aarde en geest uit de hemel. Voeten op de grond en een stem in onze oren. Jij mag er zijn. Hoe komen we van ons boze oog af? Uit het Eerste testament lazen wij vanmorgen van Jona, de dienaar van God die al net zo jaloers was als de werkers van het eerste uur. Jood, christen, Islamiet, ieder voor zich denkt dat God speciaal met hem of haar een onderonsje heeft. Het bijzondere is, dat dit nog waar is ook. Maar dit onderonsje is gericht op het heil voor allen. Dat blijkt prachtig uit het boekje Jona. Maar let op. De Eeuwige bekommert zich niet alleen om de boetvaardige inwoners van de stad Ninevé Hij doet ook bijzonder veel moeite voor Jona. Hij wil Jona koste wat kost bij zich houden en bij zijn plannen met heel deze wereld betrekken. Er is een rechtstreeks verband tussen de Eeuwige in het boek Jona en de landheer in het verhaal van Jezus die de werker van het eerste uur zijn vriend noemt. Dat is een kostbaar detail in het verhaal. De eerste werker met het boze oog schrijft hij niet af. Hij noemt hem zijn vriend. Hij kijkt de eerste werker met het boze oog met een mild oog aan. Hij nodigt hem uit zijn geluk te vinden in het loon dat hij geeft. Hij kijkt ons aan met een vriendelijk oog en doet zijn aangezicht over ons lichten. En nodigt ook ons uit ons geluk te vinden in het loon dat hij geeft. En zo wil Hij ons afhelpen van ons boze oog. En zo wijst Hij ons een weg om te gaan in deze tijd. Boze ogen help je niet door ze gelijk te geven, wel door hun vragen en angsten serieus te nemen en samen op weg te gaan naar een toekomst waarin allen kunnen delen. Als het maar even kan, praat met mensen die helemaal niet in jouw bubbel zitten maar wel van hetzelfde vlees en bloed zijn als jij, dezelfde zorgen hebben en net zo goed verlangen naar vrede. Zover is het vandaag nog niet. Nog niet. De kerk, onze kerk mag niet teveel pretenties hebben. We hebben geen beter rechtsgevoel dan buiten de kerkmuren, geen edeler inborst of nobeler motieven. We weten het niet beter en handelen niet juister. Er is maar een ding dat de wereld van de kerk mag verwachten: Dat is dat wij geloven in het heil voor allen. Wij leven zelf uit genade en wij geloven in genade voor allen. Wij geloven in recht voor allen en in liefde die de grenzen doorbreekt. Wij geloven dat deze aarde bedoeld is voor ons allen en dat ieder mensenkind voor Gods aangezicht telt. Wij geloven dat het zin heeft tegen de stroom in te leven en je niet aan te passen aan het voorhanden liggende. Dat is de enige reden waarom de kerk bestaat en waaruit zij leeft. De wereld mag verwachten, de mensen moeten kunnen zien aan onze gezichten en in onze daden dat wij geloven in de goedheid van God die ons allemaal toekomst en leven geeft. |
|||||