| Home |
Preken |
Contact:Jan C. Bos E jancbos@kpnmail.nl |
|||
| |
|||||
| Zondag 21 december 2025 Immanuël is geboren Jesaja 7, 9b-17 Matteüs 1, 18-25 Pelgrimkerk Badhoevedorp In onze vriendenkring is een kleinkind geboren. Zo’n lief klein kwetsbaar hummeltje. Grootouders blij natuurlijk want alles is goed gegaan. Moeder en kind maken het wel. Maar de grootvader vertrouwde mij wel toe: In wat voor wereld gaat dit kindje opgroeien? Zoiets denken grootouders misschien altijd wel. Maar vandaag klemt het des te meer nu er zoveel oorlogen en geruchten van oorlogen zijn. Wat staat haar te wachten? Ooit duizenden jaren geleden was er ook een moeder met zo’n klein kwetsbaar kind. Het was in Jeruzalem in de tijd van koning Achaz en de profeet Jesaja. Ook toen was het een hachelijke tijd met oorlogsdreiging alom. De jonge vrouw noemde haar kindje Immanuël. Is het de naam van een prinsje dat aan het hof geboren wordt, kind van Achaz en broertje van kroonprins Hizkia? Dat zou heel goed kunnen. Of misschien is het wel een nieuwgeborene in het huisgezin van de profeet Jesaja. Dat zou ook heel goed kunnen. Al vaker is er immers sprake van dat de profeet zijn kinderen symbolische namen moet geven. Maher Salal en Chaz Baz moest hij zijn tweeling noemen. Haastige buit, spoedige roof en een andere zoon van Jesaja heet Sear-Jasub: “Een rest keert terug”. De namen drukken de verwachting uit die de profeet van Godswege doorgeeft en de hoop. Daar kunnen wij ons ook vandaag nog wel wat bij voorstellen. Ooit noemde de oude koningin Juliana en prins Bernard hun tweede dochter: Irene, vrede. Dat wat toen in een buitengewoon spannende tijd voor de tweede wereldoorlog. Dat kind drukte hun hoop uit. Zo gaf een jonge moeder in de dagen van koning Achaz, in die buitengewoon hachelijke tijd toen de vijandige legers optrokken naar Jeruzalem, haar kind de naam Immanuël. God met ons. Is het de profetes geweest die haar kind die hoopvolle naam gaf? Of was het misschien de koningin? Of was het een willekeurige jonge vrouw, een dochter van Sion dat achterbleef als een hutje in een komkommerveld. Alles is aangevochten maar ik noem mijn kind Immanuël. En vandaag zou je dat opnieuw kunnen doen. Want sinds de tweede wereldoorlog die nu tachtig jaar achter ons ligt was er nooit zoveel geweld, zoveel oorlogsdreiging als nu. Alles is aangevochten maar God is met ons. Is Hij dat? Er is met de geboorte van Immanuël iets bijzonders aan de hand. Nee, nee, dat is niet zijn veronderstelde maagdelijke geboorte. Daar is bij Jesaja geen sprake van. Het is een gewone geboorte. De jonge vrouw zal zwanger worden en een zoon baren en zij zal hem de naam Immanuel geven: God met ons. Het bijzondere is dat zijn geboorte een ongevraagd teken is. De geboorte van Immanuël is een ongevraagd teken in die tijd vol dreiging. Er kwam in de dagen van Achaz en Jesaja een nieuwe wereldmacht op: Assyrie. Tegen die opkomende macht werden coalities gesmeed. De koning van Damascus en de koning van Samaria vroegen koning Achaz van Jeruzalem mee te doen in het verbond tegen Assyrie. Maar Achaz doet dat niet. Hij wikt en weegt en gokt op de nieuwe machthebbers in Ninevé. De versmade koningen van Damascus en Samaria trekken daarop hun legers samen tegen Jeruzalem. Achaz zit in de klem. Wat moet hij doen? Wat is verstandige politiek? Wie heeft de beste papieren. Waar zit je aan de goede kant? En ook dat is nu niet anders. Nineve, Egypte toen. Amerika, China nu. Ze eten ons op. Wat moeten we doen? Wat moeten we toch doen. Zo gebeurt het niet alleen in de paleizen en de regeringscentra. Zo gebeurt het in kantoren en bedrijven en op de beurs en in de huiskamer. Je wikt, je weegt. Hoe zit het financieel? Hoe gaat het economisch? Wat is verstandig? Wat is profijtelijk. In zo’n concrete situatie komt Jesaja naar Achaz. Hij spoort de koning aan kalm te blijven en zich niet aan een van de machten uit te leveren. Weersta de angst Achaz. Weersta ook de verleiding enkel te kijken naar gemakkelijk gewin op de korte termijn. Jesaja geeft een ander geluid dan de doorsnee raadgevers. Hij vertegenwoordigt de stem van God en raadt de koning aan God bij zijn leven te betrekken. Maar de koning weigert dat. Hij weigert op een vrome manier. “Ik zal geen teken teken vragen en de Heer niet verzoeken” zegt hij. De koning smoest vroom maar zijn diepe beweegreden is dat hij zich God en geloof van het lijf wil houden. Geen geloof in de politiek, zegt Achaz en zeggen velen met hem. Geloof en godsdienst is irrationeel, zeggen we. Ach, wat jammer is dat toch. De managers meten en tellen en denken dat zij immuun zijn voor kortzichtigheid. In die situatie krijgt Achaz een ongevraagd teken. Het teken is een pasgeboren kind dat “God met ons” heet. Dat kleine kind vertegenwoordigt geen macht en geen geld. Het is een kwetsbaar teken van Gods trouw. Laten we ons daardoor gezeggen of niet, toch maar niet. Laten we ons daardoor storen in onze hoge politiek en onze eigen belangenbehartiging. Of toch maar niet, beter van niet. Dit is de vierde zondag van Advent in het 25e jaar van de 21e eeuw. We zijn geschrokken in dit jaar. We zijn vreselijk geschrokken. We zijn wakker geschrokken uit een vredesdroom omdat Amerika ons in de steek laat. We roepen om meer en meer geld voor Defensie, harde maatregelen en veiligstelling van ons korte termijn belang. Daar mag veel, heel veel voor wijken. We zijn niet zoveel anders als Achaz die vooral vertrouwde op de Assyrische soldatenlaars. Maar nu in de advent worden we uitgenodigd ook naar een andere stem te luisteren. Het is geen machtig geluid. Het is zo kwetsbaar als een pasgeboren kind. Maar tegelijk is het zo hoopvol als een kind dat pas geboren is. Dat kind staat voor de trouw van God die in de harde tijd ons bemoedigt om dicht bij God te blijven en het met Gods gerechtigheid te blijven proberen. Blijf vertrouwen in Gods onderricht van vrede en heelheid. Laat je niet overweldigen door korte termijn machtspolitiek. De politiek wil dat lang niet altijd horen. De hoge heren maken ruzie om het allerbeste eigenbelang. In de kerk willen ze het lang niet altijd horen. In ons huishouden willen we het ook lang niet altijd horen. Maar nu in de advent worden we opnieuw uitgenodigd ons te laten verrassen door Gods nabijheid en trouw. Die trouw is geen garantie dat het vanaf heden altijd goed gaat, altijd welvaart en bescherming. Het kleine kind Immanuel zal oorlog meemaken en bevrijding, gedeporteerd worden en weer terugkeren, goede tijden, slechte tijden, ziekte, zeer, zal alles dragen wat een mens te dragen krijgt. Maar boven zijn leven blijft geschreven Immanuel. Ooit heeft zijn moeder hem met die naam toevertrouwd aan de Eeuwige. Mattheüs heeft het verhaal van Immanuel uit Jesaja opgenomen in zijn Evangelie. Ooit gaf de Eeuwige met de geboorte van Immanuel een teken van zijn trouw. Die trouw van God tot ons behoud komt tot vervulling in de geboorte van Jezus. Mattheus maakt gebruik van de Griekse vertaling van het Oude Testament. De jonge vrouw wordt in die vertaling een parthenos een maagd genoemd. Mattheus neemt dat over want de geboorte van dit kind is niet gewoon. Vanuit zijn tenen gelooft de Evangelist God deze hopeloos gewonde wereld trouw blijft. De mensen hebben de wereld gewond. Ze doen dat tot op vandaag. De mensen hebben niet gedaan wat God wil en bedoelt. Dat heet zonde in de Bijbel. En toch geeft de Eeuwige redding van zonde door de komst van zijn Zoon, door de bijzondere geboorte van dit kind. Die redding komt niet uit mensen. De Evangelisten drukken hun geloof uit door te spreken van een maagdelijke geboorte. De redding komt niet van mensen Die redding komt uit God. Je hebt gezondigd. Je krijgt een nieuw begin. Met de komst van Jezus krijg jij vandaag een nieuw begin. In onze vriendenkring is een kleinkind geboren. Zo’n lief klein kwetsbaar hummeltje. Grootouders blij natuurlijk want alles is goed gegaan. Moeder en kind maken het wel. Maar de grootvader vertrouwde mij wel toe: In wat voor wereld gaat dit kindje opgroeien? Dit kindje gaat opgroeien in een wereld waarin mensen voortdurend verkeerde keuzes maken tot hun eigen schande en verdriet. Ze zal het allemaal meemaken. Net als dat kind dat ooit door zijn moeder Immanuel werd genoemd. En net als dat kind dat door Jozef de man van Maria op in fluistering van een engel hoopvol Jezus wordt genoemd. God zal zijn volk redden van hun zonden. En die naam straalt als een ster tot op vandaag als een hoopvol licht over ons bestaan, het jouwe, het mijne en over ieder kind dat wordt geboren. Het is een teken van een nieuw begin dat mogelijk is, dat ons geschonken wordt, dat ons vandaag geschonken wordt. God wil met haar en met ons allen zijn. Dat is de vierde advent. Niet ver weg, niet in anderen maar in ons, in ons hart en leven wil God woning maken. |
|||||